Het Huis van de Schilder

mijn ogen glooien mee over deze landschappen
de verten die dichtbij zijn in mij en de mijnen
vervullen als kleurrijke luchten die ze dragen
met grove streken en haar fijn getoetste lijnen

in dit gezicht herken ik mijn lachende ogen
ruik de geuren van verlangen die tot mij komen
bergen als daken van sneeuw en dalen af in groen
wil ik wonen in de wolken, heuvels en bomen

zie overal de scheve huizen waar ik ook ben
in deze koestering kan ik opnieuw beginnen
want onder welke hemel we ook slapen mijn lief
mijn huis bestaat niet buiten maar zit van binnen